Bijna elke school begint met een pilot, en dat is meestal de juiste keuze: hoe meer weerstand u verwacht, hoe kleiner u begint. Maar een pilot die niet vooraf is opgezet levert aan het eind vooral meningen op. “Het ging wel goed” is geen basis voor een schoolbreed besluit, en het is ook geen argument richting een team dat twijfelt.
Hieronder staat hoe u een pilot opzet die wél een besluit oplevert: welke groep u kiest, wat u meet, hoe lang u het laat lopen en wanneer u opschaalt.
Kies de groep bewust, niet de makkelijkste
De verleiding is groot om te beginnen bij de klas van de meest enthousiaste mentor. Dat geeft een mooi resultaat en een zwak argument: iedereen weet dat het daar toch al goed ging.
Drie bruikbare keuzes:
- Eén compleet leerjaar. De sterkste optie als u schoolbreed wilt eindigen. Leerlingen komen bij elke docent dezelfde regel tegen, dus u test ook de handhaving en niet alleen het middel.
- Eén klas met alle docenten die daar lesgeven. Kleiner, maar houd vast aan “alle docenten”. Een pilot in één klas bij één vak test niets.
- De groep waar het het meest speelt. Riskanter, maar als het dáár werkt heeft u een argument dat niemand meer wegwuift.
Wat u niet moet doen: de pilot laten afhangen van vrijwilligers onder de docenten. Dan meet u motivatie, niet beleid.
Meet iets voordat u begint
Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen, en zonder die stap kunt u achteraf niets hard maken. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Eén vraag aan de betrokken docenten, één week lang, volstaat:
Hoe vaak moest u vandaag een leerling aanspreken op telefoongebruik?
Een streepje per keer, op papier of in een gedeeld document. Herhaal precies dezelfde meting in de laatste week van de pilot. Twee cijfers naast elkaar doen meer voor het draagvlak dan welk betoog ook — en als het tweede cijfer tegenvalt, weet u waar u moet bijsturen in plaats van dat u het vermoedt.
Wilt u meer, voeg dan hooguit twee dingen toe: hoeveel minuten de start van de les kost, en waar de meeste incidenten plaatsvinden (in de les, op de gang, in de pauze). Meer meten dan dit houdt niemand vol.
Vier tot zes weken, niet langer
Korter dan vier weken meet u vooral het nieuwtje: de eerste weken werkt vrijwel elk telefoonbeleid. Langer dan zes weken en de pilot wordt een status quo waar niemand meer een besluit over neemt.
Let op het moment: start bij het begin van een periode of een schooljaar, niet halverwege en zeker niet vlak na een incident. Een maatregel die op een incident volgt, leest als straf.
Wat u tijdens de pilot vastlegt
- Wat er gebeurt bij een overtreding, en wie dat doet. Ook in een pilot. Juist in een pilot, want dit is wat u wilt testen.
- De uitzonderingen, vooraf en schriftelijk — zie telefoonbeleid en medische uitzonderingen. Uitzonderingen die tijdens de pilot in de klas worden bevochten, maken de latere invoering moeilijker.
- Wat u aan ouders heeft verteld. Ook bij een pilot horen ouders het van de school en niet van hun kind.
- Wanneer u evalueert en wie erbij zit. Zet het meteen in de agenda.
De evaluatie: vier vragen
Houd het kort en concreet. Vier vragen aan de betrokken docenten, en dezelfde vier aan een handvol leerlingen:
- Wat merkte u in de eerste week, en wat in de laatste?
- Waar liep het spaak — in de les, op de gang, bij het wisselen?
- Wat zou u anders doen bij een bredere invoering?
- Wat is er nodig om dit vol te houden?
De laatste vraag is de belangrijkste en de meest overgeslagen. Beleid sneuvelt niet omdat het slecht bedacht was, maar omdat het onderhoud niet was ingepland — zie waarom telefoonbeleid na een paar weken verwatert.
Wanneer schaalt u op?
Niet op basis van enthousiasme, maar op basis van drie signalen:
- het tweede meetcijfer is merkbaar lager dan het eerste;
- de betrokken docenten passen de afspraak op ongeveer dezelfde manier toe;
- er is geen categorie uitzonderingen bij gekomen die u niet had voorzien.
Ontbreekt er één, schaal dan niet op maar herhaal de pilot met de bijstelling. Een tweede ronde in dezelfde groep kost zes weken; een mislukte schoolbrede invoering kost een schooljaar en het vertrouwen van uw team.
Wat u bij het opschalen extra regelt
Wat in één groep vanzelf goed ging, gaat schoolbreed niet vanzelf. Twee dingen komen er hoe dan ook bij: de route langs de medezeggenschapsraad, en de introductie voor nieuwe leerlingen én nieuwe collega’s. Wie in maart binnenkomt, heeft de uitleg van september niet gehoord.
De volledige route van pilot naar schoolbrede invoering staat in de implementatiegids. Wilt u eerst materiaal om mee te testen, dan kunt u kosteloos een voorbeeld aanvragen.