Scholen die leerlingen betrekken bij hun telefoonbeleid, doen dat meestal om één reden: weerstand. Een regel die van bovenaf komt, roept meer verzet op dan een regel waar leerlingen over hebben meegepraat. Dat klopt — maar het gaat mis zodra het gesprek onbedoeld over het besluit zélf gaat.
Dan zit u met een leerlingenraad die verwacht dat de uitkomst nog openligt, en een schoolleiding die het besluit allang heeft genomen. Dat kost u meer vertrouwen dan wanneer u helemaal niets had gevraagd.
Bepaal vooraf wat wel en niet openligt
Dit is de hele kunst, en het kost tien minuten voorbereiding. Zet op papier welke vragen echt open zijn en welke niet, en zeg dat aan het begin van het gesprek hardop.
Meestal ligt niet open:
- dát er een afspraak komt over telefoongebruik tijdens de les;
- dat de school die afspraak in het reglement vastlegt;
- de uitzonderingen om medische reden of voor ondersteunend gebruik.
Meestal ligt wél open:
- hoe het praktisch gaat: bij binnenkomst of aan het begin van de les;
- wat er geldt in de pauze en op de gang — zie telefoonbeleid in de pauze;
- hoe erover wordt gecommuniceerd, en door wie;
- waar het op wordt beoordeeld bij de evaluatie.
Een gesprek over de tweede lijst is een echt gesprek. Een gesprek dat als de eerste lijst begint en als de tweede eindigt, voelt als een truc — en zo wordt het ook naverteld.
Wat leerlingen daadwerkelijk inbrengen
Scholen die dit doen, horen zelden “wij willen geen regel”. Wat er wel komt, gaat over rechtvaardigheid en over de praktijk:
- “Geldt het voor iedereen?” De vraag die leerlingen het vaakst stellen, en de belangrijkste. Als het bij de ene docent wel en bij de andere niet geldt, is de regel binnen twee weken een voorkeur.
- “Geldt het ook voor docenten?” Een lastige, maar een terechte. Scholen die hier iets over afspreken — al is het alleen tijdens de les — winnen aan geloofwaardigheid.
- “Wat als ik iets moet regelen?” Werk, stage, oppassen, een afspraak in de zorg. Vooral bij oudere leerlingen reîel. Hier komt de afspraak vandaan over wie toestemming geeft.
- “Wat gebeurt er als ik het vergeet?” Leerlingen willen weten of een fout hetzelfde weegt als opzet. Als u dat niet vastlegt, bepaalt elke docent het zelf.
Elk van die vier maakt uw beleid beter. Geen ervan vraagt om het besluit terug te draaien.
Drie vormen die werken
Leerlingenraad, vóór het besluit
De meest gebruikte vorm. Leg het probleem voor — niet de maatregel — en vraag hoe zij het zouden aanpakken. Wat u eruit haalt is bruikbaar, en de raad kan het later uitleggen aan de rest.
Eén mentoruur in de betrokken klassen
Breder dan de raad, en het bereikt ook de leerlingen die niet in een raad zitten. Vraag twee dingen: wat merk je zelf tijdens de les, en wat zou dit voor jou werkbaar maken. Twintig minuten volstaat.
Leerlingen bij de evaluatie
De meest onderschatte vorm, en de goedkoopste. Stel bij de evaluatie na twee tot zes weken dezelfde vragen aan leerlingen als aan docenten. Waar die antwoorden uiteenlopen, zit uw probleem.
Wat u niet moet doen
- Stemmen over de regel. Een stemming die u niet gaat volgen, is erger dan geen stemming. Vraag alleen om een oordeel als u dat oordeel ook kunt overnemen.
- Het gesprek pas voeren als de brief al is verstuurd. Dan is het geen inspraak maar uitleg, en dat prikken leerlingen meteen door.
- Alleen de leerlingenraad spreken en dat inspraak noemen. Een raad is niet de school. Gebruik hem als ingang, niet als afvinkpunt.
- Leerlingen verwarren met de medezeggenschapsraad. De MR is een formele route met eigen rechten en een eigen reglement; een gesprek met leerlingen is dat niet en vervangt het ook niet. Zie telefoonbeleid en de medezeggenschapsraad.
Wat u terugkoppelt
De stap die het verschil maakt en die bijna altijd wordt vergeten: vertel wat u met de inbreng heeft gedaan. Ook — juist — met de punten die u niet overneemt, en waarom niet. Twee alinea’s in de nieuwsbrief of vijf minuten in de mentorles is genoeg.
Leerlingen accepteren een regel die ze niet leuk vinden aanzienlijk beter dan het gevoel dat er om hun mening is gevraagd zonder dat er iets mee gebeurde. Dat is precies waar de weerstand vandaan komt die uw beleid in week acht ondermijnt.
Hoe u het gesprek met het team voert, staat in vijf bezwaren uit de teamvergadering. De volledige invoerroute, inclusief het evaluatiemoment, vindt u in de implementatiegids.